De Mariapeel

De Mariapeel

{ROUTE:168}Klik hier voor geluid van de blauwborst(website)
en het geluid van de nachtzwaluw {website)
en een foto van toendrarietganzen (website)
of bezoek de website van vogelbescherming Nederland

Mariapeel en Deurnesepeel

De Mariapeel en Deurnese Peel zijn de restanten van wat eens een uitgestrekt oerlandschap was van levend hoogveen. Tot in de jaren zeventig is in de Deurnese Peel turf gewonnen. De Mariapeel kent drie deelgebieden, waarvan het Mariaveen een open heidegebied is met enkele zandruggen. De twee andere gebieden bestaan uit bossen met vooral berken en hier en daar eik

In de Deurnese Peel zijn de sporen van de turfwinning nog duidelijk zichtbaar. Kenmerkende broedvogels van deze peelgebieden zijn nachtzwaluw en blauwborst, in de winter verblijven er grote aantallen rietganzen. In sommige oude turfputten zijn goed ontwikkelde hoogveenvegetaties te vinden.


Provincie: Limburg en Noord-Brabant
Gemeente: Horst aan de Maas, Deurne
Status Vogelrichtlijngebied: Mariapeel en Deurnesepeel
Oppervlakte: 1068 ha en 1477 ha
Kwalificerende soorten: Blauwborst (broedend)
Overige relevante soorten: Nachtzwaluw (broedend), Toendrarietgans

Wandelclub ‘tlupt, sept 2005

Leven op een drijftil

de Volkskrant, Wetenschap, 24 juni 2000 (pagina 1)
René Didde

In de Mariapeel probeert Staatsbosbeheer de hoogveenvorming weer op gang te krijgen. De eerste aanzetten lijken hoopgevend: de driftillen komen al boven water. Maar de wetenschappelijk begeleiders twijfelen nog. Misschien is natte heide wel het hoogst haalbare.

Herstel hoogveen

Veen met stront

'De Peel is met kop en schouders het strontrijkste gebied op aarde, en daarom is het nog maar de vraag of er hoogveen terugkomt', zegt Leon Lamers van de afdeling Aquatische Oecologie en Milieubiologie van de Katholieke Universiteit Nijmegen.

Lamers rondt dit najaar een proefschrift af over de voedingsstoffenhuishouding in venen, waarin hij de hooggespannen verwachtingen tempert. Opmerkelijk is dat Lamers' vakgroep nauw betrokken is bij de proeven met hoogveen in Nederland.

Hoogveen is een moeilijk en slecht te herstellen vegetatietype, aldus Lamers. Vast staat wel dat de grote hoeveelheid stikstof van de varkenshouderijen uit de Peel de hoogveenvorming niet bevordert. 'De snelle komst van drijvende waterveenmos-eilanden zegt niets. Als die door de stikstof onmiddellijk worden gedomineerd door pitrus, pijpestrootje en moerasstruisgras, dan krijg je niet snel meer typerende hoogveensoorten als wrattig veenmos, roodveen en fraai veenmos', zegt Lamers. Deze bultvormende soorten gedijen alleen onder voedselarme omstandigheden.

De promovendus wijst ook op de grote hoeveelheden fosfaat die in het voormalige verdroogde veen veilig liggen opgeslagen, maar vrijkomen bij plotselinge vernatting en dan algenbloei veroorzaken. In de Mariapeel moet daarom volgens Lamers nog meer worden gewerkt met wisselende waterpeilen, waarbij fosfaatrijk water wordt afgevoerd uit het gebied en fosfaat bij laag water weer in het veen wordt vastgelegd.

Lamers moet, kortom, nog zien of de hoogveenvorming in de Peel slaagt. 'Het is goed om ambitieus te zijn, maar misschien legt Staatsbosbeheer de lat te hoog, en moeten ze tevreden zijn met natte heide.' Krampachtig vasthouden aan de historie omdat de Peel vroeger nu eenmaal hoogveengebied was, geeft geen pas, aldus Lamers.

Goed nieuws voor de boeren vindt hij zijn bevindingen niet, al zullen ze zijn proefschrift ongetwijfeld aangrijpen om zich langer te verzetten. 'De stikstofneerslag komt van de landbouw, en die moet hoe dan ook verminderen. En vernatting is een absolute voorwaarde om veenherstel te bewerkstelligen.'

'KIJK TOCH EENS', wijst Flip Bossenbroek enthousiast. Na een lange wandeling door een zompige Mariapeel houdt de ecoloog en hoogveendeskundige van Staatsbosbeheer halt bij een diepe turfafgraving die een paar jaar geleden onder water is gezet. In de felle zon dobberen een serie groene eilandjes op het open water. 'Ze zijn nog meer gegroeid dan ik had gedacht', zegt Bossenbroek haast liefkozend.

 

Zijn geestdrift geldt de eerste afzettingen van waterveenmos, dat samengeklonterd drijvende eilandjes vormt. Veel sneller dan gedacht steekt het waterveenmos de kop op in dit verdronken landschap. De kleine plantjes, die zich helemaal volzuigen met water, worden gezien als een teken dat herstel van hoogveenvegetatie mogelijk is.

Want daar is het Staatsbosbeheer, samen met andere natuurorganisaties en waterschappen, om te doen in dit grootschalige vernattingsproject in de Mariapeel, op de grens tussen Limburg en Noord-Brabant. De drijvende eilandjes zijn zogeheten drijftillen, onder water gevormde veenmospakketten die als één geheel loslaten van de zwarte ondergrond, oprijzen en gaan drijven. 'Het 'drijfgas' voor dit transport bestaat, naast koolzuurgas, vooral uit methaan, dat vrijkomt in de waterbodem door rottend blad en riet.'

Nu nog zijn het solitaire eilandjes, waarop, getuige de pluisjes, een enkele vogel zich voorzichtig waagt. Veel drijftillen zijn gekoloniseerd door een dominant gras: pijpestrootje. 'Die soort hebben we liever niet', zegt Bossenbroek, 'maar gezien de vele voedingsstoffen in het water hebben we er toch mee te maken.'

Uiteindelijk moeten de drijvende plakkaten samengroeien tot dikke lagen veenmos die het water aan het zicht onttrekken. Het is bedoeling dat zich op dit veenmostapijt vervolgens andere veenmossen afzetten, die karakteristieke veenbulten vormen.

Het is niet zeker of dit ook gebeurt. 'Hoogveen is een complex systeem, waar we niet veel van weten', zegt Bossenbroek. 'Als alles echter optimaal verloopt, gedijen hier straks planten als het karakteristieke eenarig wollegras, keren snavelzegge en zomprus terug en kunnen we veenpluis aanschouwen.' Bossenbroek hoopt nog voor zijn pensioen - 'dat is in 2012' - het bultvormige veen te zien. Ook soorten als ronde zonnedauw, veenbes en lavendelhei zijn welkom, maar tegen die tijd zijn zelfs Bossenbroeks kinderen met pensioen.

'Mooi zou zijn als ook de veenbesparelmoervlinder en het veenhooibeestje komen rondfladderen, de grauwe klauwier zich nestelt en in de overgang tussen moerasbos en hoogveen blauwborst, roodborsttapuit en ook gladde slangen zich vestigen', zegt Bossenbroek, terwijl hij door zijn verrekijker tuurt naar een boomvalk die op de talrijke libellen jaagt.

De hoogveenregeneratie wordt intensief gevolgd door de afdeling Aquatische Oecologie en Milieubiologie van de Katholieke Universiteit Nijmegen, die zuurgraad, voedingsstoffen- en methaangehalte nauwlettend in de peiling houden. Eén drijftil is doorboord met een eenzaam buisje, dat regelmatig wordt afgetapt.

Het waterveenmos zet zich niet alleen af op de drijftillen. Het ontstaat ook op de vele pollen van pitrus en pijpenstrootje in de ondiepe, kleinschaliger geëxploiteerde delen. 'Dat waren de turfontginningen van boertjes die precies in één dag een kuil met turf konden afgraven', zegt Bossenbroek bij een serie grillige gaten.

'Aan het eind van de dag stonden ze hier tot hun middel in het water. Ze worden daarom eendagsputten of boerenturfkuilen genoemd, en ook daar zie je nu al waterveenmos.' Met een paraplu vist hij een vuist vol veenmos uit de plomp. Het zachte
spul laat zich uitwringen als een spons.

 

Op meer plaatsen in Nederland trachten ecologen het fragiele hoogveensysteem van weleer terug te krijgen. Duizenden jaren geleden bestond driekwart van Nederland uit hoogveen. Plantjes die afstierven, zakten van de onderkant van het sponzige agglomeraat naar beneden. Hun slecht verteerde resten werden op de bodem in elkaar gedrukt, en zo ontstond veen. Gedroogd als turf vormde dit de belangrijkste verwarmingsbron tot 1900.

 

In de Mariapeel zijn de natuurbeschermers nog maar kort (begin 1998) aan de slag met het herstel. Ook aan de Brabantse zijde van de Helenavaart gelegen Deurnese Peel zijn ze bezig, net als in de bekende Grote Peel. Bekende pioniersgebieden zijn ook het Fochteloërveen in Friesland en de Engbertsdijksvenen in Overijssel. In Twente wordt al twintig jaar gewerkt aan herstel in het Haaksbergerveen, en in Drenthe aan het Bargerveen.

peel4.jpg

'Hier vlakbij, in de Deurnese Peel, bestaan nog enkele tientallen vierkante meters hoogveen', zegt Bossenbroek. Het is een van de laatste postzegels gaaf hoogveen in Nederland.

De kaalslag in de Peel is het gevolg van de grootschalige turfwinning die plaatsvond onder aanvoering van de familie Van der Griendt. Aan die tijd herinnert nog Griendtsveen, een stille enclave met een aantal fraai gerestaureerde arbeiders- en opzichterswoningen. Het dorp ligt aan de rand van het cultuurlandschap vol karakteristieke turfgaten, afvoerslootjes en vaarten die hier 'wijken' heten.

 

'Na de turfwinning vestigden zich hier tuinbouwers, aspergetelers en melkveehouders', zegt Bossenbroek. Door de wateronttrekking van de landbouw is het resterende veenpakket flink verdroogd en door bemesting verzuurd en vermest waarbij het kwetsbare hoogveen verschrompelde en het onderliggende veen inklonk en verschroeide.

 

Op de grens van natuurgebied Mariapeel is dat goed te zien. Door de actuele vernatting zakt de bioloog aan de ene kant van het pad weg in de blubber, maar aan gene zijde heeft de aspergeboer behoefte aan droge voeten. In de broeierige zon steken landarbeiders de laatste asperges uit de grond.

'Deze boeren aan de rand van het gebied, en vooral een stuk of twintig van hun collega's op een areaal van 350 hectare in een voor de natuur cruciaal middengebied, proberen we uit te kopen. Degenen die blijven, moeten we ervan overtuigen landbouwactiviteiten als de aspergeteelt wat verder van het reservaat voort te zetten. Rondom het hoogveenreservaat zie ik liever drassige weiden, waar desnoods nog wat koeien rondlopen.'

Om hoogveen van enig formaat terug te krijgen in de Peel moeten de natuurbeschermers flinke hydrologische toeren uithalen. In de Mariapeel, die 1000 hectare beslaat, is 750 hectare vernat en deels onder water gezet. 'Ik zou zeer tevreden zijn als dat 75 hectare hoogveen zou opleveren', zegt Bossenbroek, terwijl hij door het drassige landschap van pol naar pol springt.

peel-1.jpgVoorlopig is het nat genoeg. Zover het oog reikt, staat verdronken bos. Grote hoeveelheden berken, een aantal dennetjes en eikenbosjes verdragen de hoge grondwaterstand niet, en leggen het loodje.

Na een uur of wat bekruipt de wandelaar het unheimische gevoel in een film van Tarkovsky terecht te zijn gekomen, of toch minstens te zijn beland in de bekende ontsnappingsscene van Down by law van Jim Jarmush, waarin het trio ontsnapte gevangenen een uitweg zoekt in een spookachtige waterlandschap.

In de Peel is de ruigte en de wildernis van hoogveen het uiteindelijke doel, maar daarvoor dienen de natuurontwikkelaars de waterstand met een pijnlijke precisie te regisseren. Bewust wordt in dit sawa-landschap gespeeld met hoogteverschillen. 'De verzopen bomen zijn de prijs, die we moeten betalen', zegt Bossenbroek.

Niet iedereen in de omgeving - en niet alleen de boeren - is daarvan overtuigd, zo blijkt. 'Ik vind deze ruigte wel mooi, maar het moet niet te ver gaan', zegt een van de vier fietsers die zich op een onverhard fietspad van Griendtsveen naar Helenaveen worstelen. Ze houden halt bij een weide, waar vroeger tuinbonen werden gekweekt, maar waar nu het water in kreekachtige geulen klotst.

'De Mariapeel en de Deurnese Peel vormen samen een badkuip', zegt Bossenbroek tegen de fietsers. Oostelijk en zuidelijk is dat bad door waterscheidingen op natuurlijke wijze afgedicht, en westelijk vormt de Peelrandbreuk een ondoordringbare barrière. Ook de bodem van het bad is redelijk intact door een dikke veen- en leemlaag.' Bossenbroeks toehoorders knikken.

Aan de noordzijde van de Mariapeel stroomt water weg, maar met stuwen en waterbouwkundige ingrepen houdt het waterschap het water in de kuip. Verzetten de boeren in het middengebied zich met hand en tand tegen de veenvorming, aan de oostzijde werken de boeren mee. 'Dat komt mede doordat ze vanwege de verdroging in de zomer ook behoefte hebben aan een hoger waterpeil.' Waterschap Peel en Maasvallei heeft een soort damwanden van zand aangebracht, waar zich stilaan allerlei organisch materiaal tegen afzet, die de gaatjes in de vergiet dicht.

'Jullie moeten niet alles onder water zetten', vinden de fietsers na Bossenbroeks hoorcollege.

'De turfwinning behoort ook tot de geschiedenis van de streek, en bovendien trekt al dat water maar muggen aan.' Geduldig legt Bossenbroek uit, dat vooral rond Griendtsveen, de turfgaten en wijken zichtbaar zullen blijven. We willen zowel hoogveen terugkrijgen als het cultuurlandschap behouden, terwijl aan de randen nog ruimte resteert voor boeren.'

Copyright: Didde, R.