De meinweg

Nationaal park de Meinweg bij Herkenbosch

Het bezoekerscentrum van Staatsbosbeheer (SBB) aan de Meinweg bij Herkenbosch is een goede uitvalsbasis voor een verkenning van nationaal park De Meinweg en de (voormalige) IJzeren Rijn. SBB heeft diverse routes uitgezet in het gebied; er is een kaart te koop met 7 wandelingen van ongeveer anderhalf uur. Bijgaande route koppelt enkele routes en is 15km lang. Het centrum is dagelijks behalve maandag open van 10 tot 17 uur, in de winter alleen op zondag. Informatie: tel. 0475-528500. SBB beheert ook kerkhof en kapel van het voormalige ST. Ludwigklooster.

De breuklijn

Geologisch gezien is het Meinweggebied van grote betekenis door het voor Nederland unieke terrassenlandschap. Het terrassenlandschap bestaat uit een drietal steile overgangen tussen vier terrassen, ook wel de plateaus genoemd.

In het Meinweggebied lopen van noordwest naar zuidoost een drietal breuken diep onder de grond. Dit zijn respectievelijk de Peelrandbreuk, de Meinwegstoring en de Zandbergstoring. Langs de Peelrandbreuk is de aarde nog steeds in beweging. Dit was goed te merken bij de aardbeving van 13 april 1992.

De vier terrassen in het Meinweggebied

De breuken verdelen het gebied in vier terrassen. Tussen de Roer en de Peelrandbreuk ligt het laagste terras. Ten oosten van de Peelrandbreuk wordt het gebied verdeeld in nog eens drie terrassen die steeds hoger liggen. Het hoogteverschil tussen het hoogste terras (het Beatrixplateau of wel het Wolfsplateau) en het laagste terras ten westen van de Peelrandbreuk (het Roerdal) bedraagt ongeveer 50 meter.

Het ontstaan van de terrassen

Dit is een proces dat miljoenen jaren geleden is begonnen en nooit zal stoppen. Door het verschuiven van de continenten begon Afrika onder Europa te schuiven. Hierdoor ontstonden de Alpen. Met het ontstaan van de Alpen kwamen er krachten vrij die via het Rijndal in noordelijke richting werden afgeleid. Dit heeft circa 300 miljoen jaar geleden geleid tot het ontstaan van de Peelrandbreuk. Ten oosten van deze breuk werd de aarde relatief gezien omhooggetild (horst), de andere kant werd relatief lager (slenk). Aan de randen van deze horst-slenksituatie zijn secundaire breuken ontstaan: de Meinwegstoring en de Zandberg- storing. Hierdoor zijn "oude horstlagen" overgegaan in "jongere slenklagen" waardoor er een "trappen"situatie ontstond. Naast deze bewegingen diep onder de grond, hebben ook de Rijn en de Maas invloed gehad op het ontstaan van het terrassenlandschap.

Invloed Rijn en Maas

Het is zo"n 150.000 jaar geleden dat de Rijn en de Maas als één grote, woeste rivier door het Meinweggebied stroomde. De Maas was daarbij eigenlijk een kleine zijtak van de Rijn. De beide rivieren hebben gedurende tienduizenden jaren hele pakketten zand en grind afgezet. Door deze afzettingen ontstond het hoogterras (circa 80 meter boven NAP). Tijdens de één na laatste IJstijd (circa 1 00.000 jaar geleden) verminderde de wateraanvoer en is de Rijn meer oostwaarts gaan stromen. Als gevolg van de IJstijden en door de bewegingen in de bodem is de Maas naar het westen verplaatst.

Tijdens de verplaatsing van de Maas heeft de rivier zich ingesneden in haar eigen afzettingen waardoor het middenterras achterbleef (circa 50 tot 60 meter boven NAP) en nog later het laagterras (circa 20 meter boven NAP) ontstond.

Dieren

de knoflookpad (overgenomen uit www.ravon.nl/)

De Knoflookpad is een zeldzame pad die voornamelijk voorkomt op de rand van beek- en rivierdalen in het zuiden en oosten van Nederland. In de paartijd kwaken de mannetjes onder water en zijn boven water dan ook moeilijk te horen.
Het klok-klok geluid dat je nu hoort is met een onderwatermicrofoon opgenomen. Knoflookpadden zijn te herkennen aan de spleetvomige pupil, een tweekleurig vlekkenpatroon (grijs met bruin) en een grote graafknobbel aan de achterpoot. De larven van de Knoflookpad kunnen tot 18 centimeter groot worden.
De Knoflookpad is een zeldzame Rode Lijst soort (status=bedreigd) en staat vermeld als streng beschermd in de Europese Habitatrichtlijn. In de Conventie van Bern is de soort strikt beschermd.In 2001 is er door het ministerie van LNV een beschermingsplan voor de knoflookpad in Nederland gepresenteerd

de adder (overgenomen uit www.ravon.nl/)

De Adder is de enige gifslang in Nederland. Adders komen voor in heide en hoogveengebieden en soms ook op open plekken in bossen.
Adders zijn relatief kleine, zwaar gebouwde slangen met een duidelijke driehoekige zigzagtekening en een verticale pupil. De mannetjes zijn in het algemeen grijs met een sterk contrasterende zwarte rugstreep. Vrouwtjes zijn vaak lichtbruin met een donkerbruine rugstreep (zie foto). Adders zijn niet agressief en niet gevaarlijk, mits ze maar met rust worden gelaten. Een adderbeet is meestal zeer pijnlijk en kan onder andere leiden tot misselijkheid, flauw vallen en sterke zwellingen van gebeten lichaamsdelen. Het toedienen van anti-serum kan in ernstige gevallen nodig zijn, maar is bij minder ernstige beten af te raden vanwege de vele bij-effecten. Adders zijn levendbarend, ze broeden de eieren uit in het moederlichaam.
De Adder is een zeldzame Rode Lijst soort (status=bedreigd). Deze slang staat vermeld als beschermde soort in Conventie van Bern, maar heeft geen speciale status in de Europese Habitatrichtlijn.

Het verhaal achter de wandeling

Honderdzeventig jaar geleden gingen ze uit elkaar. Het boterde al geruime tijd niet meer tussen de twee. Sinds ze in 1830 gescheiden van tafel en bed leefden, lagen ze zelfs rollebollend over straat. Toch was het niet eenvoudig de relatie officieel te ontbinden. De boedelscheiding zorgde nog voor de nodige problemen, maar ook het opstellen van een omgangsregeling verliep niet zonder conflict.

In 1839 plaatste koning Willem I na negen jaar verzet zijn handtekening onder het Scheidingsverdrag, waardoor de onafhankelijkheid van België eindelijk een feit was.


Toon de route in Grote kaart of download de track.